U bevindt zich hier:

Gildeboekje

Jeugdkoningen

Koningen

Kruisboog Koningen

Kersenkoningin

Algemeen:

Startpagina

Openluchtmuseum te Arnhem 1951

Onstaan van schuttersgilde Sint Sebastianus

Het schuttersgilde St. Sebastianus kent, zoals veel schuttersgilden, een eeuwenoude geschiedenis, die teruggaat tot de 15e of 16e eeuw. In die tijd was er bij de in opkomst zijnde steden behoefte, om over een gewapende burgerwacht te beschikken, bedoeld om de burgerij te beschermen tegen inbreuk van buitenaf.
Met het groeien van de woonkernen tot dorpen kregen de gilden veel invloed. Allengs kregen deze gilden ook grond in hun bezit, dat gedeeltelijk als akker- en weidegrond werd verpacht, of aan de armen als weiland voor het vee werd uitgeleend. Met de pachtgelden werden de onkosten van ‘het gilden’ gedekt.

In de tijd van de Bataafse republiek (1798-1806) verboden de regenten de schuttersverenigingen en gilden.
Pas in 1814 werd door de koning Willem I weer toegestaan, dat voor het plezier der schutters eenmaal in het jaar geschoten mocht worden op houten vogels of op schijven.
Hiermee werd de grondsteen gelegd voor het wederkeren van de schuttersverenigingen.
In die tijd werden onze streken onveilig gemaakt door rondtrekkende roversbenden en huurlingenlegers, die hun achterstallige soldij binnenhaalden, door de weerloze bevolking te plunderen. Het Schuttersgilde verplichtte zich have en goed, kerk en huis te beschermen.

De tijden zijn veranderd maar de Schuttersgilden zijn gebleven. De schietwedstrijden zijn de enige tastbare herinnering aan het militaire verleden. Schuttersgilden richtten zich in later tijden op het welzijn van de medemens en stonden daarom hoog aangeschreven bij de burgerij. Zij hielpen bij onrust, brand en ziektes. Schuttersgilden zijn nog steeds uitingen van een volkscultuur met historische waarde.

Hoewel de historici het over het ontstaan nooit met elkaar eens zijn geworden, is in 1949 het jaar 1499 uiteindelijk uitgeroepen tot oprichtingsjaar van Schuttersgilde St. Sebastianus. Mogelijk lag de behoefte tot het organiseren van een groot feest hieraan ten grondslag. Zo werd in 1949 het 450 jarige bestaan van het huidige Schuttersgilde gevierd en werd dit in 1999 nog eens op uitbundige wijze onderstreept met de viering van het 500 jarig bestaan.
Wat uiteindelijk over het schuttersgilde bewaard is gebleven en daarom geschiedkundige waarde heeft, is opgetekend in geschriften, die dateren vanaf 1648.

Kruisboogkorps

Een ander onderdeel van het schuttersgilde is het kruisboogkorps. Deze groep geeft aan, dat het schuttersgilde ook nog iets van de geschiedenis met zich mee draagt.
Met het op traditie gestoelde uniform en de handgemaakte wapens, wordt aangegeven, dat heden en verleden nog steeds naast elkaar kunnen bestaan.
Als folkloristische element van het Schuttersgilde nemen deze Kruisboogschutters ook deel aan officieel uitgeschreven kruisboog-schietwedstrijden.
Met de ambachtelijk vervaardigde kruisbogen meet men elkanders schietvaardigheid op 10 meter lange schietbanen. Hierbij wordt in competitief verband niet alleen op regionaal gebied gestreden tegen andere verenigingen, maar wordt ook deelgenomen aan landelijk uitgeschreven wedstrijden, waarbij men uiteraard tracht zo veel mogelijk de roos van het blazoen te raken.

Het Schutterskoningspaar

Het koningspaar is de schutterskoning van het betreffende schuttersjaar met zijn partner. De koning is herkenbaar aan het haam met de vele zilveren herinneringsplakkaten. Een kostbaar geheel, dat met veel trots door de koning wordt gedragen. Elke nieuwe koning schenkt aan het eind van zijn ambtstermijn een herinneringsschild aan de vereniging. Dit schild wordt toegevoegd aan de overige zilveren stukken op het haam.
Uit de bewaard gebleven geschriften is gebleken, dat er door de leden al in 1648 om het koningschap van het Gilde werd gestreden door het schieten op de “Papegaai”, een houten vogel, die hoog op een mast werd bevestigd.
De winnaar van dit schietfestijn, mocht zich dan Schutterskoning noemen, mits hij een zilveren schild schonk aan het gilde, hij drie vaten van het Nijmeegs Molbier aan de leden van het Gilde aan bood en hij er voor zorgde, dat er een nieuwe papegaai kwam, zodat er in het jaar daarop weer geschoten kon worden.
Uit het feit, dat er tot de dag van vandaag nog elk jaar een nieuwe koning kan worden benoemd, blijkt dat deze aloude traditionele erestrijd nog steeds blijft voortbestaan.

Jeugdkorps

Nadat er in 2008 melding werd gemaakt van het ontstaan van een jeugdband naast de bestaande drumfanfare van het Schuttersgilde St. Sebastianus te Gendt, hebben de leden en hun instructeurs in de korte tijd daarna, kans gezien om met deze groep jonge en energieke muzikanten een heuse 2de drumfanfare te formeren. Uit het oorspronkelijke leerlingenorkest, dat gevormd wordt door alle nieuwe en veelal jonge muzikanten, die in opleiding zijn voor een plaats in het huidige muziekkorps, blijkt zich steeds weer een volledige drumfanfare van jonge en enthousiaste leden te kunnen ontwikkelen.
Trots en vol spanning heeft deze groep zich onder de naam “Jong St.Sebastianus” tijdens het jaarlijkse eerbetoon t.b.v. de Koninginnedag in 2008 voor het eerst in het openbaar kunnen presenteren.

Met veel enthousiasme wordt er op de donderdagavond gerepeteerd op de nodige muziekstukken en ijverig gewerkt aan de bijkomende technieken. Voorwaar geen kleinigheidje als je tussen de 9 en de 16 jaar bent. Een muzikaal optreden betekent muziek lezen, muziek spelen, samen spelen, lopend spelen, marcheren en bij dit alles ook nog op de aanwijzingen van de tambour-maître letten.
Samen met de sponsoren zoals het Rabobank-fonds en de Steunstichting Gendt-Doornenburg heeft de vereniging ook kans gezien, om dit geheel jeugdige muziekkorps in een eigen uniform te steken en alle leden te voorzien van een volwaardig muziekinstrument.
Bij de modelkeuze van het uniform heeft de inspraak van de betreffende leden een zwaarwegende stem gekregen. De kleurstelling van het kostuum is in overeenstemming met die van het reeds bestaande muziekkorps.